Ruwvoer is de basis van het menu van je paard: het maakt het grootste deel van het dieet uit en bepaalt voor een groot deel de gezondheid van de spijsvertering. Maar gras, hooi en kuilgras zijn niet hetzelfde, en de keuze (en de kwaliteit) maakt echt verschil. Hieronder volgt een kort overzicht van de drie meest gebruikte soorten ruwvoer, en waar je op kunt letten.
Gras
Jong, snelgroeiend gras bevat veel suikers en fructanen: je paard kan er verrassend snel dik van worden, en voor gevoelige paarden is het een risicofactor (zie gras en suikers: wat je moet weten). Ouder, meer volgroeid gras is vezelrijker met minder energie, maar met betere vezelkwaliteit voor de darmwerking. De grasgroei hangt sterk af van de bodemtemperatuur, onder 5-8 graden groeit het niet, maar boven de 25 graden of door droogte stagneert de groei. Het suiker- en fructaangehalte schommelt dagelijks door temperatuur, bemesting, vochtigheid en zon. Hoge waardes kunnen leiden tot hoefbevangenheid. Via deze link kan je de fructaanwaardes per dag in de gaten houden.
Hooi
Hooi is gedroogd gras en bevat een droge stof gehalte van 80 tot 90%. Door het drogen is het lang houdbaar, zeker anderhalf jaar, en daardoor het meest gebruikte ruwvoer als basis voor de dagelijkse voeding. De kwaliteit en voedingswaarde van hooi hangt af van het type gras, het moment van maaien en het droogproces zelf. Goed hooi heeft een licht groengele kleur, ruikt fris en voelt niet stoffig of muf aan. Tijdens het drogen en bewaren gaat een deel van de vitamines verloren. Daarom is het belangrijk om een vitaminekorrel (balancer) te geven. Wil je precies weten wat er in jouw partij hooi zit? Dat kun je laten testen, zie wat is een ruwvoeranalyse.
Kuilgras
Kuilgras is vers gemaaid gras dat wordt ingekuild: gefermenteerd en luchtdicht verpakt, waardoor het (anders dan hooi) niet lang gedroogd hoeft te worden. Koeienkuil is te nat en te rijk. Voor paarden heb je voordroogkuil, dat wordt wel gedroogd voordat het verpakt wordt. Het droge stofgehalte ligt meestal tussen de 50 en 75%. Eenmaal geopend moet het binnen 3 tot 5 dagen gevoerd worden om schimmel en bederf te voorkomen, dat maakt het minder praktisch voor kleinschalig gebruik dan hooi. Het bevat over het algemeen meer energie dan hooi en is daardoor minder geschikt voor paarden met een lage werkbelasting of de neiging tot overgewicht. Ook
Waarom dit ertoe doet bij het voeren
Welk ruwvoer je ook kiest: hoe je het aanbiedt maakt net zo veel verschil als wat je aanbiedt. Onbeperkt toegang tot voer laat paarden vaak te snel en te veel eten; zie hooi voeren: welke methode past bij jouw stal voor een overzicht van voermethoden, inclusief hoe een slowfeeder daarbij helpt. Benieuwd naar de volledige achtergrond? Lees waarom een slowfeeder belangrijk is.
